Telefonisch, vanuit buurland Rwanda inmiddels, vertelt Ceelen haar wederwaardigheden: „Je moet je voorstellen, Goma is een onvoorstelbare vuilnisbelt. Na de vulkaanuitbarsting van een paar jaar geleden is er weinig opgeruimd. Alles is smerig en kapot. En dan nu die stromen en stromen nieuwe vluchtelingen, geen wonder dat de hulp tekortschiet.
” En vervolgens ging de reis naar Kibati. „Dat is een half uur rijden boven Goma”, legt Ceelen uit. „Daar zijn twee grote kampen, met zo’n 65.000 mensen. Voor een deel zijn

dat zogenoemde oude vluchtelingen, mensen die er al een jaar zitten , min of meer gesetteld in een soort tentjes van lappen en stokken. En daar zijn dan net 27.000 mensen bij gekomen, op de vlucht voor het recente geweld.
Deze mensen hebben echt helemaal niks meer, ze zijn al voor de tweede, derde of vierde keer op de vlucht”, verzucht Ceelen. „Zo zag ik een vrouw die midden in de troep aan het bevallen was, oude mensen, wanhopige mensen, uitgeputte mensen. De hulpverlening doet haar best, maar het valt niet mee, om het zachtjes uit te drukken.
Gisteren zagen we de eerste brandhoutdistributie, nadat er eerder voedsel was uitgedeeld. Dat hout is wel noodzakelijk om te kunnen koken. Dus waren er enorme rijen, mensen stonden er urenlang, in de regen, van vermoeidheid moeten de mensen uiteindelijk wel in de modder gaan zitten. En dan ineens worden de mensen ongeduldig, boos. Van het ene op het andere moment stormt de meute op de verdeeltafel af. Chaos.” Gisteren keerde de missie van Stichting Vluchteling terug in Kibati. „Het leek allemaal wat ordelijker, zo zagen we dat kwetsbare mensen geholpen werden bij het dragen van brandhout…
En dan ineens was er mitrailleurvuur, mensen die alle kanten op renden, ineens was iedereen weg, allemaal de weg op naar Goma. Kinderen die hun ouders waren kwijtgeraakt, en iedereen maar rennen.” „Wij moesten ook weg, maar de weg naar Goma zat echt mudjevol rennende mensen. Tienduizenden mensen. Da’s een dramatisch gezicht hoor, zo’n rennende ouder met een baby wiens hoofdje mee hobbelt. En of het nog niet erg genoeg was, kwamen er ook nog eens tienduizenden mensen uit de heuvels gevlucht. En iedereen en alles wilde naar Goma, door de gutsende regen.
En onderwijl kwam het Congolese leger juist omhoog, zwaarbewapend, beladen met mortiergranaten, de mitrailleurs ontgrendelend.” De situatie werd erg bedreigend, vertelt Ceelen: „Eenmaal in Goma kregen we het consigne: ’Jullie moeten écht weg hier’. De gevechten bij Kibati zijn enorm intens en heftig, geruchten gaan dat de strijd richting Goma schuift. Daarom zijn we uiteindelijk in Rwanda beland, net over de grens.
En het wordt allemaal nog heel veel erger. Want er is geen schoon drinkwater, cholera dreigt. Een tweede catastrofe zal niet lang op zich laten wachten”, vreest zij.
Uit: de Telegraaf