Hoewel veel ontheemden en vluchtelingen de afgelopen twee jaar zijn teruggekeerd, verblijven naar schatting nog 140.000 Liberianen in vluchtelingenkampen over de grens, de meesten in Ivoorkust, Ghana, Guinee en Sierra Leone. Onder de Liberiaanse vluchtelingen bevinden zich ook veel kinderen. Sommigen hebben hun ouders tijdens de oorlog verloren. Anderen zijn hun ouders in de chaos van de oorlog kwijtgeraakt.
In buurland Guinee bijvoorbeeld staan meer dan honderd alleenstaande vluchtelingenkinderen geregistreerd. Ook onder de ontheemden bevinden zich alleenstaande kinderen. Voor deze kinderen zoekt partnerorganisatie IRC met geld van Stichting Vluchteling samen met de kinderen een duurzame oplossing.
Mulbah is veertien en woont sinds kort bij een pleeggezin. De vader van het gezin, Stephen, vangt vaker kinderen op. Ik ben samen met een medewerker van IRC bij het gezin op bezoek. Er worden stoelen gebracht en Stephen komt naast me zitten in de schaduw: “Ik heb drie biologische kinderen en vier pleegkinderen", vertelt Stephen. "Mulbah is er als laatste bijgekomen. Ook ben ik verantwoordelijk voor een meisje van vijftien met een baby die bij ons om de hoek woont. Ze heeft verder geen familie.” Mulbah speelt met een papiertje uit mijn kladblok dat ik hem net gegeven heb. Ik schrijf mijn naam, hij de zijne. Schrijven is moeilijk voor Mulbah, hij is lang niet naar school geweest. Zijn eigen naam kan hij niet helemaal goed spellen, er missen een paar letters. “Het is fout wat je schrijft.”, zegt Stephen tegen hem, “Laat me je helpen.” Ondertussen kijkt Mulbah me even kort aan, voor hij zijn ogen weer neerslaat. “Ik heb je gisteren gezien. Je was op school.” Ik heb de jongen niet herkend. De school die ik gisteren bezocht, is ontstaan uit pure noodzaak. Alle scholen in deze stad zitten overvol. Er zijn het afgelopen jaar vele duizenden mensen teruggekeerd en er zijn niet genoeg scholen voor alle kinderen. De school van Mulbah is zo groot als een klaslokaal in Nederland en er zijn 480 leerlingen. Banken zijn er niet genoeg dus veel kinderen zitten op een steen. Even glinsteren de ogen van Mulbah: “Ik zit in groep vier.” Hij is trots dat hij naar school gaat. Daarna kijkt hij weer naar het papiertje in zijn hand en vertelt in korte zinnen zijn verhaal. “Tijdens de oorlog was ik in Vonjama. Mijn ouders zijn gescheiden. Mijn moeder heb ik nooit gekend. Mijn vader was commandant bij de rebellen. Hij was vaak dagen op pad; soms bleef hij wel een week weg. Ik bleef alleen thuis en zorgde voor mezelf, meestal bleef ik gewoon binnen. Buiten was het gevaarlijk. Mijn vader zorgde dat er voedsel was. Hij sloeg me vaak, als ik niet deed wat hij wilde.” Stephen vertelt me later dat de vader de jongen vreselijk mishandelde. De man is zelfs een keer naar het politiebureau gebracht omdat de buren bang waren dat hij de jongen zou vermoordden. “Ik kon niet meer bij mijn vader wonen want hij wilde niet meer voor mij zorgen. Toen de VN-troepen naar de stad kwamen, leefde ik samen met wat andere jongens op straat. We kregen af en toe iets te eten van de VN. IRC heeft me bij mijn nieuwe familie gebracht. Ik wil nooit meer bij mijn echte vader wonen.”
Hulporganisaties hebben een internationale database opgezet, waarmee informatie over alleenstaande kinderen gemakkelijk kan worden uitgewisseld. Organisaties als onze partner IRC werken hard aan een goede oplossing voor de kinderen waarvan de ouders omgekomen of vermist zijn of om een andere reden niet voor hun kinderen kunnen zorgen. De kinderen krijgen goede begeleiding. Veel jongens en meisjes gaan terug naar het dorp waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Pleeggezinnen vangen de kinderen op. Soms is die opvang tijdelijk, bijvoorbeeld als IRC nog op zoek is naar de ouders, en in andere gevallen permanent. De pleeggezinnen krijgen een pakket met voedsel voor drie maanden. Daarna moeten ze het zelf zien te redden.
Mensen in verschillende gemeenschappen krijgen een training in de bescherming van kwetsbare kinderen. Zij verspreiden informatie en zorgen voor meer bewustwording over kinderbescherming en de zorg voor deze alleenstaande kinderen. Het is hartverwarmend om te zien dat er families zijn die zelf geen cent te makken hebben en zelf moeite hebben te overleven maar er ondertussen wel voor kiezen deze kinderen een nieuw thuis te geven.