De Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) ligt in het hart van Afrika, en grenst aan de landen Soedan, Tsjaad, DR Congo, Congo-Brazzaville en Kameroen. Het land is het op één na armste land ter wereld. Bijna de helft van de kinderen, 40%, is ondervoed en de gemiddelde levensverwachting is 43 jaar. In totaal is één miljoen mensen het slachtoffer van geweld, vooral als gevolg van gevechten tussen het leger en verscheidene rebellenbewegingen, en honderdduizenden mensen zijn op de vlucht.

Maar liefst één miljoen inwoners is het slachtoffer van geweld. Miljoenen mannen, vrouwen en kinderen leven onder erbarmelijke omstandigheden.
Na bijna een eeuw Franse overheersing werd het lang in 1960 onafhankelijk, direct gevolgd door interne strijd om de macht. In de nieuwe republiek wisselden een aantal dictators elkaar af die op gewelddadige wijze aan de macht gekomen waren. In 2003 greep generaal François Bozizé de macht waarna hij de presidentsverkiezingen van 2005 op zijn naam schreef.
President Bozizé kreeg al snel te maken met het verzet van rebellenbewegingen die in het noorden van het land actief waren. Het leger treedt hard op tegen de rebellen. De strijd in het noorden en elders in het land, vermengd met banditisme, leidde tot een spiraal van geweld, plundering, brandstichting en verkrachting. Honderdduizenden burgers sloegen op de vlucht van wie de meeste in eigen land aan het geweld probeerden te ontkomen. Zij zien zich niet zelden gedwongen om zich onder erbarmelijke omstandigheden in het oerwoud schuil te houden. In eigen land verblijven ongeveer 215.000 ontheemden en in de buurlanden wonen ongeveer 105.000 vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek.
In 2007 besloot de Veiligheidsraad tot een politiemacht voor de Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad, MINURCAT, die zich richt op bescherming van vluchtelingen en ontheemden.
Centraal-Afrikaanse Republiek
Oppervlakte: 622.000 km2 (17 maal Nederland)
I
nwoners: 4,5 miljoen
Hoofdstad: Bangui
President: François Bozizé
Conflict: 1960 tot heden
Levensverwachting: 43 jaar
Grootste probleem: Het geweld en de onrust door strijd tussen het regeringsleger en diverse rebellengroepen is een belangrijke oorzaak van de armoede en het gebrek aan basisvoorzieningen zoals schoon drinkwater, voedsel en medicijnen.
Ontheemden: 215.000
Vluchtelingen: 105.000