NvdV901x228pxls2.jpg http://www.nachtvandevluchteling.nl

Vrouwen én kinderen in Liberia slachtoffer van seksueel geweld

“Wie is Francis? Is hij je nieuwe liefde?” vraagt een man aan zijn vrouw.
Het is je oom uit Monrovia, zeg je? Ik geloof je niet.”
Ik ben op bezoek bij een training voor een groep vrouwen in Monrovia. Twee vrouwen spelen een gesprek na van een getrouwd stel:
“Geef me je telefoon! Je belt hem niet meer, begrijp je?”, zegt de man.
“En denk erom dat je naar me luistert!”

De vrouw durft de man bijna niet aan te kijken. Ze wil de telefoon niet geven. De man is woedend en begint op de vrouw in te slaan. Iedereen lacht. Want dit is maar een rollenspel. Helaas is het voor veel Liberiaanse vrouwen ook de alledaagse realiteit. Geweld tegen vrouwen - en dan vooral seksueel geweld - is een veel voorkomend probleem in Liberia. Vooral in gebieden die zwaar zijn getroffen door de oorlog en in gebieden waar veel ontheemden en teruggekeerde vluchtelingen zijn.

Stichting Vluchteling zorgt voor bewustwording en voorlichting, en geeft trainingen aan groepen kwetsbare vrouwen over hoe ze het beste om kunnen gaan met geweld. De vrouwen leren over hun rechten en vooral ook over hun eigen grenzen. Daarnaast krijgen medewerkers van hulporganisaties een training in het geven van psychosociale hulp en het doorverwijzen van slachtoffers naar de ziekenhuizen en klinieken in de stad. In totaal hebben dit jaar 156.000 vrouwen èn mannen deelgenomen aan bewustwordingsactiviteiten. Maar meer hulp is nodig. Het geweld is afgenomen, zo vertellen hulpverleners mij, maar niet genoeg. Ik blijf een half uurtje bij de training en vertrek dan naar een opvanghuis in Monrovia.

“Iedere week komen tientallen vrouwen naar ons opvangcentrum”, vertelt hulpverlener Esther. “Sommigen vrouwen komen alleen om te praten. Vaak is er sprake van huiselijk geweld maar soms is de situatie nog erger. Vrouwen die zich thuis niet veilig voelen, kunnen hier tijdelijk verblijven. Ondertussen zoeken we samen naar een goede oplossing”.

Esther is een programmamedewerker van IRC, een partnerorganisatie van Stichting Vluchteling. Ze coördineert de activiteiten van de organisatie op het gebied van geweld tegen vrouwen in Monrovia. “Laatst werd een klein meisje binnen gebracht”, vertelt Esther. “Ze was drie jaar oud en verkracht door een groep mannen. Ze had veel pijn en schreeuwde het uit. Ze was van binnen helemaal kapot. We hebben haar meteen naar het ziekenhuis gebracht.”

Het is niet de eerste keer dat ik deze week zulke gruwelijke verhalen hoor. Volgens Esther gebeurt het steeds vaker dat jonge kinderen het slachtoffer zijn. Onvoorstelbaar. Esther en haar team proberen zoveel mogelijk gemeenschappen te bezoeken. Ze gaan huizen langs, staan op de markt met luidsprekers; ze doen er alles aan om mensen te informeren.

Het 3-jarige meisje is één van de vele slachtoffers. Na zo’n gruwelijke ervaring wil je als moeder van zo’n kind volgens mij maar één ding: de dader moet gestraft worden. En dat is in Liberia vrijwel onmogelijk. Er zijn maar weinig advocaten, rechters en rechtbanken. In de afgelopen twee jaar zijn in het hele land maar vijf verkrachtingszaken behandeld. Tegen een 9-jarig slachtoffertje van verkrachting werd door de rechter gezegd: ‘Ik ben er niet van overtuigd dat je het zelf niet wilde. Je hebt immers niet tegengestribbeld.’ Dat het meisje waarschijnlijk doodsbang heeft stilgelegen, in de hoop dat de mannen haar niet zouden vermoordden, in de hoop dat het snel voorbij zou zijn, daar heeft de rechter blijkbaar niet aan gedacht. Ook hier is nog veel te winnen.