Projectmedewerker Loan Liem bezocht in 2006 de projecten van Stichting Vluchteling in Oost-Congo. Lees mee in haar dagboek:
29/10/2006
Kwetsbare bevolkingsgroepen emanciperen
Stichting Vluchteling ondersteunt de organisatie IRC, onder andere met gelden van de Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken. Het programma richt zich op capaciteitsopbouw van twintig lokale organisaties. De eerste organisatie die bezocht wordt, PIDP, is opgericht door pygmeeën. Deze bevolkingsgroep is in de jaren 70 verdreven uit de oerwouden en wordt enorm gediscrimineerd. De levensomstandigheden van de pygmeeën zijn erbarmelijk, onder andere omdat ze niet gewend zijn om buiten het oerwoud te overleven. De organisatie PIDP heeft een water- en toilettenproject voor de pygmeeën opgestart in hun nieuw leefgebied. Al gauw kwamen de naburige bewoners PIDP om hulp vragen om ook voor hen de watervoorziening te verbeteren. Omdat het een van de doelen van de organisatie was om de integratie van de pygmeeën te bevorderen, heeft PIDP ook projecten voor niet-pygmeeën gestart. Daardoor is de status en het zelfvertrouwen van de pygmeeën gestegen. Inmiddels heeft PIDP als beleid dat 50% van de medewerkers pygmee en 50% niet pygmee is. De projectcoördinator vertelt me dat tegenwoordig regelmatig gemengde huwelijken plaatsvinden, iets wat enkele jaren geleden ondenkbaar was!
De andere partner van Stichting Vluchteling, OPIFET, heeft ook een bijzondere doelgroep. De organisatie werkt met vrouwelijke dragers, die bij marktplaatsen of haventjes naar werk zoeken. De meest vrouwen zijn alleenstaand of hebben een werkloze echtgenoot. Veel van hun kinderen zijn ondervoed en hebben de school niet afgemaakt. Als de vrouwen geluk hebben kunnen ze 1 dollar per dag verdienen. Daarvoor moeten ze wel 8 uur sjouwen en vracht dragen van soms wel meer dan 80 kilo. De vrouwen klagen dat ze uitgebuit worden en dat ze vaak veel minder betaald worden bij aflevering dan was afgesproken. Iedereen kijkt op hen neer en ze worden regelmatig lastig gevallen. OPIFET is met hulp van IRC een project gestart, waarbij de vrouwen twee cavia’s krijgen. Niet om als huisdier te houden zoals hier in Nederland gebeurt: in DRC Congo worden cavia’s gefokt voor consumptie. Net zoals in een microkrediet programma, moet elke begunstigde na verloop van tijd drie cavia’s teruggeven aan het project. Deze worden vervolgens uitgedeeld aan andere vrouwen. De vrouwen vertellen dat mannen niet zijn geïnteresseerd in een dergelijke kleinschalig project. De diertjes staan volledig onder controle van de vrouw. Omdat cavia’s in Congo alleen door kleine kinderen gegeten worden, helpt het om ondervoeding te voorkomen of te verbeteren. Een nadeel is dat de verkoop van cavia’s niet veel geld in het laatje brengt. Daardoor komt het voor dat het project voortijdig eindigt omdat de hongerige kinderen alle cavia’s hebben opgegeten. Sinds kort is de organisatie begonnen om hetzelfde systeem te introduceren met varkens. De vrouwen zijn erg enthousiast, want nadat ze drie varkens hebben terugbetaald mogen ze het geld van het vierde varken zelf houden. Meer dan de helft van de vrouwen, die een varken hebben verkocht, zijn gestopt met hun werk als drager. Ze zijn met het geld een klein handeltje begonnen en tonen zich verschrikkelijk blij dat ze nooit meer zulk zwaar werk hoeven te doen als vroeger. Een nadeel van het varkensproject is dat de mannen zich de opbrengst graag toe-eigenen. OPIFET volgt in principe op hoe de opbrengst van de varkens gebruikt wordt en heeft de vrouwen georganiseerd, zodat ze samen kunnen optreden bij misbruik van de inkomsten.
22/10/2006
Seksueel geweld in DR Congo
Nadat de regering twee jaar geleden een poging heeft gedaan om de verschillende rebellengroeperingen in het leger te integreren, is de situatie in het noorden van de provincie Zuid-Kivu een stuk rustiger geworden. Hierna heeft de partnerorganisatie van Stichting Vluchteling, International Medical Corps (IMC), in drie districten een uitgebreid gezondheids programma opgezet. Tijdens de rit naar één van de ziekenhuizen zie ik jongeren aan de kant van de weg draven met grote tassen op hun hoofd. Voorop en achteraan lopen militairen hen te commanderen. Ik begrijp dat dit de manier is waarop het leger haar spullen vervoert. We moeten nog 15 kilometer rijden, ruim een uur met de fourwheeldrive hobbelen door het dichte oerwoud. Eerst rijden we door het gebied dat omgedoopt is tot ‘Kosovo’, vanwege de vele gruweldaden. We rijden verder en langzamerhand worden de militairen in het straatbeeld vervangen door gewapende ‘burgers’. We doorkruisen het gebied waar de Interhamwe, de rebellengroep uit Rwanda, die het hier voor het zeggen hebben en nog steeds haat en verderf zaaien. Na de vier uur durende rit houdt de weg op bij het ziekenhuis Cambucha. Vanaf het ziekenhuis kan men alleen te voet naar de verschillende klinieken die op de steile heuvels liggen. Sommige klinieken liggen op meer dan twee dagen lopen. Het is niet alleen moeilijk voor de zieken en gewonden dat de klinieken zo lastig te bereiken zijn. Ook het personeel heeft er veel last van, bijvoorbeeld omdat geacht wordt elk week medicijnen op te halen in het ziekenhuis.
In samenwerking met verschillende lokale organisaties is IMC gestart met de opvang van slachtoffers van seksueel geweld. Het is onvoorstelbaar dat verkrachtingen door het leger of rebellen al jarenlang iedere dag plaatsvinden. Sinds IMC haar activiteiten is opgestart, melden zich iedere maand meer dan 40 slachtoffers in het ziekenhuis. Meestal zijn het vrouwen en meisjes, een enkele keer een man. Meer dan 70% van de slachtoffers heeft een geslachtsziekte opgelopen. Ook het aantal HIV/Aids gevallen is schrikbarend hoog. Door de weerzinwekkende praktijken tijdens de verkrachtingen lopen de vrouwen vaak fikse wonden op in de vagina waarna er een beschadiging ontstaat aan de blaas. Door de continue urinelekkage worden deze vrouwen ook nog eens sociaal totaal geïsoleerd. Er is in de hele provincie Zuid-Kivu maar één chirurg die deze wonden kan opereren. Om meer vrouwen te kunnen helpen is IMC een trainingsprogramma gestart zodat meer artsen deze vrouwen kunnen helpen. De eerste patiënten hebben zich al gemeld in de hoop op een normaal leven in de nabije toekomst. Want dat verdienen ze.