Jan Habraken en Egbert van Put van Stichting Vluchteling waren in Thailand, waar ze Birmese vluchtelingen bezochten.
“De twee kampen die mijn collega Egbert en ik hebben bezocht, herbergen samen zo’n 23.500 vluchtelingen.”, vertelt Jan Habraken. De meesten wonen hier al tientallen jaren. Nog steeds druppelen er elke maand tientallen vluchtelingen binnen vanuit Birma. De kampen raken steeds voller en naar verwachting zullen in 2007 meer vluchtelingen de grens oversteken naar het buurland Thailand, dan in 2006.”
“Op site één zijn twee kampen samengevoegd, zodat een overvol kamp ontstaan is, waar de huisjes dicht op elkaar staan. Huisjes worden zelfs tegen steile heuvels aangebouwd. Deze kunnen bij hevige regen in één klap verwoest worden door modderstromen. Ook is er door de overbevolking in de kampen een gebrek aan drinkwater en is er gevaar voor brand. Het verschil met mijn laatste bezoek van vijf jaar geleden is duidelijk merkbaar: Het kamp is voller en rommeliger dan 5 jaar geleden,” aldus Jan.
“Site twee is met 3.800 vluchtelingen het kleinste kamp dat we bezoeken. We bereiken het pas na drie uur reizen, grotendeels over een onverharde weg. Deze afgelegen locatie is moeilijk te bereiken zodra het regenseizoen begint. De weg naar het kamp is dan praktisch onbegaanbaar. Als we bij het kamp aankomen, zijn de medewerkers van het door Stichting Vluchteling ondersteunde project samen met de vluchtelingen uit alle macht bezig een kapotte hangbrug te repareren. De rivier loopt dwars door het kamp en zonder de brug is een deel van het kamp tijdens het regenseizoen niet meer bereikbaar. De medewerkers van onze partner hebben er voor gezorgd dat er genoeg voedsel en andere noodzakelijke goederen aanwezig zijn in het kamp,voor de regens beginnen.”
Ondertussen lijkt de situatie in Birma niet te verbeteren. Integendeel, het militair offensief van de Birmese junta tegen de etnische minderheden is intensiever dan ooit tevoren. De strategie lijkt gericht te zijn op het breken van het laatste nog overgebleven verzet tegen de regering. Mogelijkheden tot democratische veranderingen en concessies aan etnische minderheden op een vorm van autonomie zijn ver te zoeken.
De vraag is welke opties er over blijven voor de Birmese vluchtelingen. Terugkeer naar Birma is op dit moment vrijwel onmogelijk en de Thaise regering houdt lokale integratie tegen. Vluchtelingen mogen niet deelnemen aan de lokale economie en mogen hun huizen niet van permanent materiaal maken, zoals baksteen of beton. Thailand biedt sinds kort wel een kleine opening: inkomensgenererende activiteiten worden beperkt toegestaan, weliswaar binnen de kampen. Jan: “Voor veel Birmezen is het enige alternatief nu om te worden gehuisvest in een ander land, zoals de Verenigde Staten. Onze partner is echter bang dat dit de hechte gemeenschap uit elkaar zal trekken”.