In Tsjetsjenië vechten rebellen tegen de Russische autoriteiten om de onafhankelijkheid van de deelrepubliek. Beide partijen maken zich schuldig aan geweld en ontvoering. Het conflict heeft van Tsjetsjenië een verwoeste staat gemaakt met tienduizenden ontheemden.
Oppervlakte: 15.680 km²
Aantal inwoners: 1,2 miljoen
Hoofdstad: Grozny
Staatshoofd: president Ramzan Kadyrov, 2007
Conflict: 1991 - heden
Aantal vluchtelingen: onbekend (± 70.000)
Aantal ontheemden: onbekend (± 60.000)
Conflict
Tsjetsjenië was een autonome republiek ten tijde van de Sovjet-Unie. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, verklaarde het zich net als Azerbeidzjan en Georgië onafhankelijk. Omdat Tsjetsjenië echter geen volwaardige deelrepubliek was, erkenden de Russische autoriteiten dit niet en werd het een deelrepubliek van de Russische Federatie. Sindsdien strijden gewapende rebellen in Tsjetsjenië voor onafhankelijkheid.
In 1994 escaleerde deze strijd toen het Russische leger de provincie binnenviel en de rebellen bevocht. De hoofdstad Grozny werd met de grond gelijk gemaakt. Een bestand maakte in 1996 een einde aan de gevechten, maar sinds 1999 is de strijd hervat. De regering maakt zich hierbij schuldig aan machtsmisbruik, marteling, ‘verdwijningen’, executies zonder proces en andere barbaarse praktijken. De rebellen reageren met gerichte tegenaanvallen op Russische militaire doelen en nieuwe aanslagen en gijzelingen, zoals het gijzelingsdrama in een school in Beslan.
Sinds 2005 is het conflict tussen Rusland en Tsjetsjenië verminderd door de installatie van een op Rusland georiënteerde regering onder leiding van president Kadyrov. De aanpak van rebellen is in handen gegeven van de Tsjetsjeense regering. Hierdoor zijn interne spanningen tussen regeringsgezinden en rebellen toegenomen. De vijandigheden en onveiligheid in Tsjetsjenië duren voort door de hoge werkloosheid, corruptie en vervolgingen door rebellen en de regering.
Burgers zijn het grootste slachtoffer. Het land is kapot geschoten en de economie is geruïneerd. Tijdens beide periodes van geweld raakten zo’n 600.000 mensen ontheemd. Dit waren voornamelijk Tsjetsjenen, maar ook andere bevolkingsgroepen. Een groot aantal van hen keerde na het ergste geweld terug, maar niet iedereen durfde of kon deze stap nemen. Tsjetsjenië telt naar schatting nog 60.000 ontheemden. Daarnaast verblijven ongeveer 66.000 Tsjetsjenen in Ingoesjetië, Dagestan en Rusland.
Hulp
Sinds 2002 zet Rusland de Tsjetsjeense ontheemden onder druk om naar huis terug te keren. Door de sluiting van vluchtelingenkampen probeert Rusland het conflict te ontkennen. In Tsjetsjenië ontbreken echter veel basisvoorzieningen en er is sprake van een grote werkloosheid. Stichting Vluchteling biedt 400 kwetsbare jongeren en 78 gezinnen een vakopleiding en microkrediet aan om een eigen onderneming te starten. Bevindingen wijzen uit dat dit de beste aanpak is voor duurzame verbetering van de welvaart en veiligheid.
Tevens besteedt Stichting Vluchteling aandacht aan het herstel van huizen, de sociale infrastructuur en gezondheidszorg. Door het herstellen en ondersteunen van ziekenhuizen hebben 20.000 mensen weer toegang tot goede gezondheidszorg. Stichting Vluchteling leidt ook gezondheidswerkers op om in de klinieken te werken.
Meer lezen over Tsjetsjeense vluchtelingen?
Fotoreportage ´Europe´s Darkest Corner'
Laatste update: augustus 2008.